De Khoikhoi waren nomaden die met hun vee van de ene naar de andere groene weilanden trokken. Deze polygame gemeenschappen werden geleid door een hoofdman. Zij leefden in ronde hutten van hout en matten die gemakkelijk afgebroken konden worden bij hun zoeken naar nieuw weidegebied.
Zij waren het die als eerst in contact kwamen met de Hollandse pioniers bij Tafelbaai (Verenigde Oost Indische Companie). Deze noemden en Hottentotten, waarschijnlijk door de klikklanken die ze maakten tijdens het spreken, en wat de Hollanders verkeerdelijk begrepen als stotteren. Het VOC nam langzaam maar zeker hun gebied over en de Khoikhoi bevolking werd gedecimeerd door een serie van pokkenepidemiën.
Door vermenging met de vroegere kolonisten werden zij een deel van de zogenaamde “coloured” bevolking (nu beter gekend als de kleurlingen of als Bruinmens). De enige groep die heeft overleefd is de Nama, die tegenwoordig in Namaqualand en het nabije Namibië leven. Moeite waard om te bezoeken is het Khoi museum in Mosselbaai, West Kaap ter hoogte van de Bloukransbrug.