| vorige pagina | Vragen | Fauna & Flora
vr 10 september 2010- 17 bezoeker(s)


Wat weten jullie over de Jan Van Gent
Wat weten jullie over de Jan Van GentDe Jan van Gent (Sula bassana)is verwant aan pelikanen en aalscholvers. In Zuid-Afrika kan je deze vogel terugvinden in het de West Kaap meer bepaald op Lamberts Baai waar er zich een broedkolonie bevind.

Het is een grote vogel: zijn spanwijdte is bijna 2 meter, zijn lengte 70-100 cm en hij weegt 1,5-3,5 kg. De vogel op de foto is een volwassen Jan van Gent: wit met zwarte vleugelpunten en een gelige kop. Deze kleur krijgt hij pas tussen zijn 4e en 6e levensjaar: hij begint zijn leven bruin met witte spikkels. Elk jaar krijgt hij meer wit. De Jan van Gent heeft lange vleugels en korte poten. Opvallend is zijn scherp getekende kop met blauwe ogen. Die ogen zijn zo geplaatst, dat hij goed naar voren kan kijken. Dat heeft hij nodig bij de jacht. Zijn snavel is heel stevig en heeft aan de voorkant fijn gezaagde randen. De Jan van Gent heeft geen neusgaten. Hij haalt adem door zijn bijzonder gevormde gehemelte.

De Jan van Gent eet voornamelijk schoolvissen zoals Haring, Makreel, Kabeljauw en Horsmakreel. Deze vissen vangen ze door van grote hoogte loodrecht de zee in te duiken, met een snelheid van zo'n 100 km per uur. Hij heeft daarbij zijn vleugels naar achteren gevouwen en zijn poten tegen zijn lichaam. Bij deze stootduiken kan hij diepten tot een meter of 4 halen. Om deze klap op te vangen heeft hij een verstevigde schedel als helm en 'airbags': een onderhuids luchtkussen. De soort foerageert echter ook regelmatig achter vissersschepen op overboord gezette bijvangst.

Net als de Zeekoet, is de Jan van Gent een echte zeevogel, aangepast aan een zwaar leefklimaat. Typische kenmerken voor echte zeevogels zijn bijvoorbeeld:
Het hebben van grote voedselreserves in de vorm van vetlagen en zware spieren. Het hebben van een grote maag. Het hebben van perfect een sluitend verenkleed met groot waterwerend vermogen. vermogen om zout water te drinken. Lange broedperiode, trage groei.

De levenswijzen van deze twee soorten is echter heel verschillend: de Zeekoet komt vooral in het water voor terwijl de Jan van Gent vooral boven zee vliegt. In totaal brengt hij zo'n driekwart van zijn leven vliegend boven zee door. Hij heeft een regelmatige, directe vlucht. Zijn vleugelslagen zijn vrij snel en regelmatig met af en toe een glijvlucht. Soms vliegt hij op zeeniveau, maar meestal op een hoogte van een meter of 10 boven zee. Als hij eten zoekt kan hij zelfs vanaf een meter of 30 hoog loodrecht in zee duiken.

Broeden en broedplaatsen De Jan van Gent is pas op latere leeftijd geslachtsrijp. Pas vanaf hun 5e a 6e levensjaar broeden ze. Als broedplaats zoeken ze bij voorkeur een hoge plek. Ze zijn niet zo handig op land en kunnen vanaf een hoge plek makkelijk wegvliegen. In Nederland zijn er dus geen broedkolonies; die zijn in Europa vooral te vinden in Schotland en Noorwegen. De nesten komen vaak in grote kolonies voor. Het is ei leggen en uitbroeden is geen gemakkelijke zaak. Het mannetje houdt al vanaf eind januari een broedplaats (een nest van zeewier op rotsrichels of steile hellingen) vrij. Het vrouwtje legt dan midden april één ei. Vervolgens broeden mannetje en vrouwtje om de beurt het ei uit. Dit doen ze op een speciale manier, namelijk met hun poten! In de broedperiode zijn hun poten extra doorbloed, waardoor ze extra warmte af kunnen staan. Na ruim 40 dagen komt het ei uit. Maar dan zijn de ouders nog niet klaar! Het jong komt kaal uit het ei; pas na een week krijgt het een donslaag. De ouders voeden het jong allebei, zo'n 90 dagen lang! Pas dan verlaat het jong het nest. Broedende Jan van Genten blijven binnen een afstand van 160 km vanaf het nest, maar meestal gaan ze niet verder dan 40 km. Verder op zee zijn in de broedperiode alleen niet volwassen exemplaren te vinden.

De Jan van Gent komt in het hele Nederlandse deel van de Noordzee regelmatig voor. Ze trekken vooral door van en naar de broedgebieden. Na de broedperiode verlaten ze vaak het Noordzeegebied. Vooral jonge vogels maken vaak verre tochten, tot West Afrika. In het voorjaar trekken ze weer terug naar de broedgebieden. In de winter zijn de aantallen op de Noordzee heel laag. De gebieden met de hoogste dichtheden lopen in een brede band over de Noordzee, van Schotland tot Nederland. Op het Nederlands deel van de Noordzee (NCP) zijn globaal 10.000-20.000 Jan van Genten aanwezig. Dit aantal kan, in pieken, nog veel groter zijn (50.000!). In Nederland is vanaf de kust de Jan van Gent het best te zien in de maanden september en oktober

Bekijk alvast op vliza foto's van de Jan Van Gent in Lamberts Baai

Datum publicatie:  04/03/2007 11:23

Fauna & Flora

Emigratie (22) Fauna en Flora (40) Geschiedenis (11) Medisch (8)
Praktisch (24) Reizen (21) Veiligheid (3)  

24/08/2010 15:12 Postberg, wij zeggen "baie dankie vir die blomme!" (foto's)
24/07/2010 08:05 Geen zwemmers of surfers, alleen heel veel sardines
15/04/2010 10 Addo Nationale Park van A tot Z met Go Zuid-Afrika
23/07/2008 07:09 Zuid-Afrikaanse kust beter beschermd tegen vervuiling
11/06/2008 12:52 Sardine trekken massaal langs de Wild Coast
12/01/2008 08:27 Addo Nationaal Park, de enige Big Seven in Afrika

© 2010 Go Zuid-Afrika - info@gozuidafrika.com - TEL: +27 (0)21 5513774 FAX: +27 (0)86 6086868