September in Zuid Afrika, tijd om naar de veldbloemen te gaan kijken en dat is precies wat Paul en Mien Vandenhoeke deden, hun verslag;
De bestemming was Nieuwoudtville, een heel klein plaatsje 125km NO van Clanwilliam.
Geen verkeer op de N7 dus ging het
sneller dan verwacht en hadden we ruim de tijd voor een stop in Clanwilliam.
De N.G. kerk, een historisch monument van Neo-Gotische stijl, was er voor de
gelegenheid herschapen tot een bloemenpaleis. Elk jaar kan men er gedurende
1 week de pracht van de veldbloemen bewonderen. We hadden geluk want alle
bloemen stonden nog fris en in vol ornaat. De tentoonstelling is een
initiatief van de plaatselijke "Veldblommevereniging". Van de verschillende
soorten kan je ook een steekkaart raadplegen waarop onder de botanische naam
ook de Afrikaanse naam prijkt. Tijdens de jaarlijkse
veldbloemententoonstelling worden zowat 350 soorten van 32 verschillende
plantenfamilies ten toon gesteld.
Van al dat "schoons" krijg je uiteraard honger (en vooral ook dorst!) maar
die te bevredigen was het wel even zoeken! Buiten het hotel, waren bijna
alle zaken dicht. Het was immers zondag en ... toeristen of niet... aan de
aloude traditie wordt niet geraakt.
Verder dan maar via de Van Rhijns pass naar Nieuwoudtville.
We hadden een B&B geboekt voor 3 overnachtingen. House Jacobs bleek een
mooi, 100 jaar oud zandstenen huis te zijn en biedt plaats aan max 8 gasten.
De nieuwe eigenaars zijn aan hun eerste seizoen toe en stellen alles in het
werk om het hun gasten zo aangenaam mogelijk te maken.
't Was te laat om nog te gaan toeren dus verkenden we het dorp. Als je weet
dat er in Nieuwoudtville amper 200 mensen wonen moet ik er niet bij
vertellen dat we gauw rondgetoerd waren. De verder afgelegen boerderijen
bezochten we niet want die stonden uiteraard voor 's anderendaags op het
programma. 't Is immers op de weilanden en de renostervelden dat de zeeen
van bloemen je toewuiven.
Het dorpje in dus. De hoofdstraat had een winkeltje waar je van alles kon
kopen. Je kan dat winkeltje best vergelijken met de dorpswinkeltjes van de
jaren 60 in Belgie. Er was ook een "slaghuis" en wat verderop een bank. Deze
laatste is echter alleen open op maandag en vrijdag. In de bar van een oud
hotelletje dronken we als gerste-nat-getrouwe Belgen ons eerste biertje.
Alhoewel we de kamers niet hebben gezien, hebben we toch onze twijfels om
mensen aan te raden hier te logeren. De bar alleen al sprak boekdelen. Een
B&B geniet volgens ons zeker de voorkeur. De meeste mensen stellen er
in de lente een paar kamers ter beschikking. Reserveren is echter een must
anders riskeer je van in je wagen te moeten slapen of naar een volgend dorp
te moeten rijden. We zagen ook enkele restaurantjes (meestal van
guesthouses) maar wij hadden ons avondmaal gezellig bij de open haard in
Huize Jacobs.
In Namaqualand kan het in deze tijd van het jaar nog behoorlijk koud zijn 's
avonds. Een gaskacheltje had onze cottage lekker warm gestookt en toen we in
onder de donsdekens kropen ontdekten we een heerlijke warmwaterkruik aan het
voeteinde. 't Was geen luxe verblijf maar we hadden alles wat we nodig
hadden. "Menselijke warmte" en "hartelijkheid" zijn immers met geen geld te betalen.
Maandagmorgen, een schitterende, een staalblauwe hemel, dus al vroeg op
stap. We beslisten eerst het Zuidelijk gedeelte van het dorp te verkennen.
Een eerste stop bracht ons naar "the glacial floor", een spoor van
Gwondanaland, even buiten de dorpskern. De groeven die men in de
zandsteenrotsen aantreft werden er 300 miljoen jaren geleden in getrokken
door het puin welke de gletser met zich meevoerde.
Een tweetal kilometer verder zagen we een eerste veld vol met bloemen. Een palet
van wit, geel, oranje, blauwe en paarse kleuren deed ons stil worden. Er was
geen enkele aanduiding dat we daar konden inrijden. Wel een openstaand hek,
in de omheining van een privaat domein. Dit kan je daar blijkbaar als een
toelating voor een bezoek beschouwen dus deden we dat maar en het was echt
de moeite. Toen we merkten dat de piste steeds maar verder inlands ging,
zijn we die, na enige aarzeling, toch maar gevolgd. We kwamen uiteindelijk
op rooibostheeplantages terecht waar men ons vertelde dat er geen andere
weg terug was. Demi tour dus en nog eens genieten van de bloemenpracht. Onze
volgende stop was Papkuilsfontein. De familie van Wyk is eigenaar van het
domein. De farm is sedert 7generaties in hun bezit en de voornaamste
activiteit is de schapenkweek. je kan er dus ook logeren. De accomodatie is
er grandioos als je tijdig reserveert. Wij waren te laat en misten " the
favourite place to stay": een oude stenen cottage, midden in de natuur,
omringd door gumtrees en rotsen en geen menselijk wezen te bespeuren. Geen
electriciteit, gasverwarmers voor het bad en hurricane lampen voor de
verlichting. Een echte aanrader voor wie van rust en de natuur houdt. De van
Wyk's hebben ook nog 4dubbele kamers ( gastenhuis De Lande) voor mensen die
van wat meer luxe en confort houden.
Het domein wordt in het Westen begrensd door een prachtige 180 meter diepe
canyon welke de grens vormt met het Oorlogskloof natuurreservaat. Een
waterval vervolledigt de
scene en maakt van het geheel een spektakulaire bezienswaardigheid. Noteer
echter dat het bezoek ervan voorbehouden is aan mensen welke op de farm
logeren.
Het was allemaal zo mooi dat de tijd voorbij vloog en het tijd werd voor een
knabbel. Die kregen we in Matjesfontein padstal: erwtensoep en een op het
open vuur gebakken broodje. Daarna bezochten we nog de weiden rond de farm
maar die waren niet zo schitterend als de vorige.
Onze tweede dag startte in de mist. Rond 09.30h beslisten we het toch maar
te wagen en de Noordkant van het dorp te exploreren. Weer eerst naar een
waterval. Die was makkelijker te bereiken. Hij bevindt zich op amper 7 km
van het centrum, op de weg naar
Loeriesfontein. Het water van de Doring rivier heeft er terug een prachtige
canyon gevormd. Je kan er makkelijk rond wandelen om er de verschillende
grondlagen en het resultaat van de erosie te aanschouwen.
Daarna reden we verder noordwaarts. Na 15 a 20 km reden we van de hoofdweg
af richting Gannabos en zo kwamen voorbij het Kokerboom forest. Deze
verzameling kokerbomen is het grootste en meest zuidelijke gelegen "bos" van
Aloes. Men spreekt van
3.800 stuks. We hebben ze niet geteld maar weet dat het er zeer veel zijn.
Je kan er mooie wandelingen maken in een heel bijzonder landschap. Vergeet
vooral het fotoapparaat niet want het is een unieke spot.
Om 14.00h hadden we afspraak met Neil MacGregor opm zijn farm. De man is een
vinnige zeventiger en een boegbeeld voor de natuurlijke aanpak van het fauna
en florabeheer. Hij heeft internationale bekendheid verworven en zijn farm
is een vaak bezochte plaats voor wetenschappers en filmcrews. We raden dan
ook aan op voorhand te boeken want het blijkt een excursie te zijn welke
velen absoluut willen doen. Neil is conservator van het " Wild Flower
Reserve" . Het reservaat is gesticht in 1974 met als enig doel: het
beschermen van de unieke flora in deze area.
Neil zelf is de gids voor een 3 uren durende geleide tour in het reservaat.
De man is een levende encyclopedie voor wat planten en bloemen betreft. Een
zeer boeiende en leerrijke namiddag, een absolute must zowel voor
liefhebbers als gepassionneerden.
Woensdagmorgen, de terugweg wordt aangevat. In een dikke mist dalen we de
Van Rhijn pass af. We zien geen 10m ver maar de hoop is er dat de
zichtbaarheid beneden beter wordt en dat is ook het geval. In Van Rhijnsdorp
is een bezoek aan de nursery zeker de moeite waard. Je vindt er een grote
verscheidenheid aan succulants. We kochten er naast een paar cactussen ook
enkele kleine kokerboomplantjes; een goede investering hopen we, zeker als
je weet dat die 400 jaar oud worden!!!!
In Riebeek Kasteel vonden we een heel tof restaurantje, Kasteelberg genaamd,
Het is een bistro met een gezellig interieur. De kaart is heel beperkt, 4
starters en 4 hoofdgerechten, maar allemaal specialiteiten. Alhoewel het
laat in de namiddag was werden we toch nog heel vriendelijk ontvangen door
de eigenaar Julien, een jonge Fransman. We hebben er zeer lekker gegeten met
in de achtergrond de noten van echte Franse chansons. Een zeer goede
afsluiter van een geslaagde reis.
Met dank aan Paul en Mien Vandenhoeke voor dit verslag.
|